Stille nacht

Over een paar dagen is het Kerst.
‘Ben jij de pianiste vraagt een gast? Ik glimlach, ‘Nee’, zeg ik opgetogen.


De geluidsman komt aangelopen. Mijn stemming veranderd meteen als ik zijn blik zie. ‘Zit ik in de weg? ’vraag ik.

Van noten lezen snap ik geen bal. Toch zie ik mezelf al zitten op een podium. Met zelfgeschreven teksten, zingend en spelend. De geluidsman prikt mijn droomwolk nors door.
‘Weg bij die piano jullie! ‘. Ik stap op en klap de piano dicht.

Vanavond treed ik wel degelijk op. En zing zelfs wat. Al is dit niet mijn beste kwaliteit. Als deelnemer aan wijktheater gaat het vooral om het plezier.

Eerst is er een aanschuif maaltijd. Bij het voorafje zingen we samen aan tafel Stille Nacht.
Een van de tafelgasten zegt: ‘Je zit er een toon naast’ en neemt mijn kleine beetje zelfvertrouwen mee. Ik voel me een buitenstaander. Iets waar ik vaker last van heb. “Het vuile pluisje onder de naald”. ‘Ik ben even naar het toilet’, verontschuldig ik mij.

Ik kijk in de spiegel. ‘Kop op’, zeg ik tegen mezelf. Ik keer niet terug naar de aanschuiftafel. Naast de openstaande coulissen vind ik een blok om op te zitten. De regisseuse komt aangelopen. ‘Ik sluit de coulissen vast’, zegt ze. Het zwarte gordijn ontsluit mij geheel van de zaal. Hoe ironisch. Niemand heeft door dat ik daar zit. Binnen hoor ik het vrolijke geroezemoes van mensen.
En de zangeres, (die wel geboekt is) begint met het opwarmen van haar prachtige stem.
Het gordijn gaat weer open en de regisseuse verschijnt opnieuw.
‘Ben je je aan het focussen voor zo?’ vraagt ze.  Zonder het antwoord af te wachten is ze weer verdwenen.

Ik draai me om. In de hoek van de coulissen is een klein raam zichtbaar met een wolkeloze lucht.
Strakblauw. Die vertelt niet dat het morgen Kerst is.
Hoe vaak heb ik Kerst gevierd met familie? Mijn moeder blijft liever thuis, in het buitenland.
Neem ik dat haar kwalijk? Na dertig jaar.
Dan hoor ik een stem in mijn hoofd. ‘Gauw achter dat zwarte gordijn vandaan!
Ik loop naar binnen en schuif weer aan bij de tafel met onbekende gasten.
Gelukkig, denk ik, net op tijd voor het toetje.